Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,64 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,54 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Tinea capitis Fluconazol werd onderzocht voor de behandeling van tinea capitis bij kinderen. Het is niet beter gebleken dan griseofulvine en het totale succespercentage was kleiner dan 20%. Daarom mag fluconazol niet worden gebruikt voor tinea capitis.
Cryptococcosis De bewijzen van werkzaamheid van fluconazol bij de behandeling van cryptococcosis op andere plaatsen (bv. pulmonale en cutane cryptococcosis) is beperkt en daarom kunnen geen aanbevelingen voor de dosering worden gedaan. Diepe endemische mycosen De bewijzen van werkzaamheid van fluconazol bij de behandeling van andere vormen van endemische mycosen zoals paracoccidioïdomycose, lymfocutane sporotrichose en histoplasmose is beperkt en daarom kunnen geen aanbevelingen voor de dosering worden gedaan. Niersysteem Voorzichtigheid is geboden bij toediening van fluconazol bij patiënten met nierdisfunctie (zie rubriek 4.2). Bijnierinsufficiëntie Van ketoconazol is bekend dat het bijnierinsufficiëntie veroorzaakt en dit zou eveneens (hoewel het zelden wordt waargenomen) van toepassing kunnen zijn op fluconazol. Voor bijnierinsufficiëntie als gevolg van een gelijktijdige behandeling met prednison, zie rubriek 4.5 "Het effect van fluconazol op andere geneesmiddelen". Hepatobiliair systeem Voorzichtigheid is geboden bij toediening van fluconazol bij patiënten met leverdisfunctie. Fluconazol werd in verband gebracht met zeldzame gevallen van ernstige hepatotoxiciteit met inbegrip van fatale gevallen, vooral bij patiënten met een ernstige onderliggende medische aandoening. In geval van met fluconazol samenhangende hepatotoxiciteit werd geen duidelijke relatie met de totale dagdosering, de behandelingsduur, het geslacht of de leeftijd van de patiënt waargenomen. Fluconazolhepatotoxiciteit was gewoonlijk reversibel bij stopzetting van de behandeling. Patiënten die abnormale leverfunctietests ontwikkelen tijdens behandeling met fluconazol, moeten zorgvuldig worden gevolgd op de ontwikkeling van ernstigere leverschade. De patiënt moet weten welke symptomen kunnen wijzen op ernstig leverlijden (belangrijke asthenie, anorexie, persisterende nausea, braken en geelzucht). De behandeling met fluconazol moet onmiddellijk worden stopgezet en de patiënt moet een arts raadplegen. Cardiovasculair systeem Sommige azolderivaten waaronder fluconazol werden in verband gebracht met een verlenging van het QT-interval op het elektrocardiogram. Fluconazol veroorzaakt QT-verlenging via remming van de rectificerende kaliumkanaalstroom (Ikr). De QT-verlenging veroorzaakt door andere geneesmiddelen (zoals amiodaron) kan worden versterkt door remming van cytochroom P450 (CYP) 3A4. Tijdens postmarketingbewaking zijn er zeer zeldzame gevallen gemeld van QT-verlenging en torsades de pointes bij patiënten die fluconazol innamen. Die meldingen omvatten ernstig zieke patiënten met meerdere vertekenende risicofactoren zoals structureel hartlijden, elektrolytenstoornissen en een concomitante behandeling, die daar mogelijk toe hadden bijgedragen. Patiënten met hypokaliëmie en gevorderd hartfalen hebben een verhoogd risico op levensbedreigende ventriculaire aritmieën en torsades de pointes. Voorzichtigheid is geboden bij toediening van Fluconazole Sandoz bij patiënten met potentieel proaritmische aandoeningen. Gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen en die worden gemetaboliseerd via cytochroom P450 (CYP) 3A4, zijn gecontra-indiceerd (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Halofantrine
Halofantrine in de aanbevolen therapeutische dosering verlengt het QTc-interval en is een substraat van CYP3A4. Concomitant gebruik van fluconazol en halofantrine wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Dermatologische reacties Patiënten hebben tijdens behandeling met fluconazol zelden exfoliatieve huidreacties ontwikkeld zoals Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse. Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) is gemeld. Aidspatiënten zijn vatbaarder voor de ontwikkeling van ernstige huidreacties op veel geneesmiddelen. Als een patiënt die wordt behandeld wegens een oppervlakkige fungusinfectie, een huiduitslag ontwikkelt die wordt toegeschreven aan fluconazol, moet verdere behandeling met dat geneesmiddel worden stopgezet. Als patiënten met invasieve/systemische fungusinfecties huiduitslag ontwikkelen, moeten ze zorgvuldig worden gevolgd en moet fluconazol worden stopgezet als er bulleuze letsels of erythema multiforme optreden. Overgevoeligheid In zeldzame gevallen werd anafylaxie gemeld (zie rubriek 4.3). Cytochroom P450 Fluconazol is een matige CYP2C9- en CYP3A4-remmer. Fluconazol is ook een sterke remmer van CYP2C19. Patiënten die worden behandeld met fluconazol én geneesmiddelen met een nauwe therapeutische index die gemetaboliseerd worden via CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4, moeten worden gevolgd (zie rubriek 4.5). Terfenadine Gelijktijdige toediening van fluconazol in een dosering lager dan 400 mg per dag met terfernadine moet zorgvuldig worden gevolgd (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Candidiasis Onderzoeken hebben een stijgende prevalentie laten zien van infecties met andere Candida species dan C. albicans. Deze species zijn vaak inherent resistent tegen fluconazol (bijv. C. krusei en C. auris), of ze vertonen een lagere gevoeligheid voor fluconazol (C. glabrata). Voor zulke infecties kan een andere antischimmelbehandeling nodig zijn, secundair aan falen van de behandeling. Daarom wordt voorschrijvers geadviseerd rekening te houden met de prevalentie van resistentie tegen fluconazol bij verschillende Candida species. Fluconazole Sandoz bevat lactose en natrium Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose�intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per capsule, dat wil zeggen dat het in wezen "natriumvrij" is. Bijkomend voor Fluconazole Sandoz 200 mg capsules: De azo-kleurstof ponceau 4R rood kan allergische reacties veroorzaken.
Behandeling van
Preventie van
Welke stoffen zitten er in dit geneesmiddel?
De werkzame stof in dit geneesmiddel is fluconazol.
Elke harde capsule bevat 50 mg/150 mg/200 mg fluconazol.
De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn: inhoud van de capsule: lactosemonohydraat, maiszetmeel, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat en natriumlaurylsulfaat.
Samenstelling van de huls van de capsule: gelatine, titaandioxide (E 171). Voorts voor Fluconazole Sandoz 50, 200 mg harde capsules: Indigotine (E 132). Voorts voor Fluconazole Sandoz 200 mg harde capsules:
Ponceau 4R rood (E 124). Drukinkt: schellak, zwart ijzeroxide (E 172), propyleenglycol (E 1520).
Breng uw arts onmiddellijk op de hoogte als u volgende geneesmiddelen inneemt: astemizol, terfenadine (een antihistaminicum voor de behandeling van allergie) of cisapride (wordt gebruikt bij maaglast) of pimozide (wordt gebruikt om geestesziekte te behandelen) of kinidine (wordt gebruikt um hartritmestoornissen te behandelen) of erytromycine (een antibioticum om infecties te behandelen) omdat die niet samen met Fluconazole Sandoz mogen worden ingenomen (zie rubriek "Wanneer mag u dit geneesmiddel niet gebruiken?").
Er zijn geneesmiddelen die in wisselwerking kunnen treden met Fluconazole Sandoz. Zorg ervoor dat uw arts op de hoogte wordt gebracht als u een van de volgende geneesmiddelen inneemt, omdat een dosisaanpassing of controle nodig kunnen zijn om te controleren of de geneesmiddelen nog steeds het gewenste effect hebben:
4.8 Bijwerkingen Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) is gemeld bij behandeling met fluconazol (zie rubriek 4.4). De frequentste (>1/10) bijwerkingen zijn hoofdpijn, buikpijn, diarree, nausea, braken, stijging van alanineaminotransferase, stijging van aspartaataminotransferase, stijging van alkalische fosfatase en huiduitslag. De volgende bijwerkingen werden waargenomen en gemeld tijdens behandeling met fluconazol met de volgende frequenties: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem-/orgaanklasse Vaak Soms Zelden Niet bekend Bloed- en lymfestelselaandoeningen Anemie Agranulocytose, leukopenie, trombocytopenie, neutropenie. Immuunsysteemaandoeningen Anafylaxie Voedings- en stofwisselingsstoornissen Verminderde eetlust Hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie, hypokaliëmie Psychische stoornissen Slaperigheid, insomnia Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijn Epilepsieaanvallen, paresthesie, duizeligheid, verwrongen smaak Tremor Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Vertigo Hartaandoeningen Torsade de pointes (zie rubriek 4.4), QT-verlenging (zie rubriek 4.4) Maagdarmstelselaandoeningen Buikpijn, braken, diarree, nausea Constipatie, dyspepsie, flatulentie, droge mond Lever- en galaandoeningen Stijging van alanineminotransferase (zie rubriek 4.4), stijging van aspartaataminotransferase (zie rubriek 4.4), stijging van alkalische fosfatase (zie rubriek 4.4) Cholestase (zie rubriek 4.4), geelzucht (zie rubriek 4.4), verhoogde bilirubine (zie rubriek 4.4) Leverfalen (zie rubriek 4.4), Hepatocellulaire necrose (zie rubriek 4.4), hepatitis (zie rubriek 4.4), hepatocellulaire beschadiging (zie rubriek 4.4) Huid- en onderhuidaandoeningen Rash (zie rubriek 4.4) Medicamenteuze uitslag* (zie rubriek 4.4), urticaria (zie rubriek 4.4), pruritus, meer zweten Toxische epidermale necrolyse (zie rubriek4.4), Stevens-Johnsonsyndroom (zie rubriek 4.4), acute veralgemeende exanthemateuze pustulose (zie rubriek 4.4), exfoliatieve dermatitis, angio-oedeem, oedeem van het gezicht, alopecia Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Spierpijn Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vermoeidheid, malaise, asthenie, koorts
4.3 Contra-indicaties Fluconazole Sandoz 50, 150 mg harde capsule: Overgevoeligheid voor de werkzame stof, verwante azolstoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Fluconazole Sandoz 200 mg harde capsule: Overgevoeligheid voor de werkzame stof, verwante azolstoffen, ponceau 4R rood (E 124) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Gelijktijdige toediening van terfenadine is gecontra-indiceerd bij patiënten die meerdere doses Fluconazole Sandoz 400 mg of meer per dag krijgen gezien de resultaten van een interactiestudie met multipele doses. Gelijktijdige toediening van andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen en die gemetaboliseerd worden door cytochroom P450 (CYP) 3A4 zoals cisapride, astemizol, pimozide, kinidine en erytromycine, zijn gecontra-indiceerd bij patiënten die fluconazol krijgen (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Vrouwen die zwanger kunnen worden Alvorens de behandeling te starten moet de patiënt worden geïnformeerd over het mogelijke risico voor de foetus. Na een behandeling met een enkelvoudige dosis wordt voorafgaand aan een zwangerschap een wash�out periode van één week (overeenkomend met 5 – 6 halfwaardetijden) aanbevolen (zie rubriek 5.2). Bij langere behandelingskuren kan bij vrouwen die zwanger kunnen worden zo nodig anticonceptie worden overwogen, te gebruiken gedurende de hele behandelingsperiode en één week na de laatste dosis. Zwangerschap Observationele onderzoeken wijken op een verhoogd risico op spontane abortus bij vrouwen die werden behandeld met fluconazole tijdens het eerste en/of twee trimester in vergelijking met vrouwen die niet werden behandeld met fluconazole of die tijdens dezelfde periode werden behandeld met topische azolen. Gegevens afkomstig van enkele duizenden zwangere vrouwen die werden behandeld met een cumulatieve dosis van ≤150 mg fluconazol, toegediend in het eerste trimester, laten geen stijging zien van het totale risico op misvormingen in de foetus. In één groot observationeel cohortonderzoek was de blootstelling aan oraal fluconazol in het eerste trimester geassocieerd met een licht gestegen risico op musculoskeletale misvormingen, overeenkomend met ongeveer 1 extra geval per 1.000 vrouwen die werden behandeld met cumulatieve doses ≤450 mg, vergeleken met vrouwen die werden behandeld met topische azolen, en met ongeveer 4 extra gevallen per 1.000 vrouwen die werden behandeld met cumulatieve doses die hoger waren dan 450 mg. Het gecorrigeerde relatieve risico was 1,29 (95%-BI: 1,05 tot 1,58) voor 150 mg oraal fluconazol en 1,98 (95%-BI: 1,23 tot 3,17) voor doses die hoger waren dan 450 mg fluconazol. Uit de beschikbare epidemiologische onderzoeken naar cardiale misvormingen bij gebruik van fluconazole tijdens de zwangerschap komen inconsistente resultaten. Een meta-analyse van vijf observationele onderzoeken waarbij enkele duizenden zwangere vrouwen betrokken waren die tijdens het eerste trimester aan fluconazole werden blootgesteld, wijst echter uit dat het risico op cardiale misvormingen 1,8 tot 2 keer zo hoog is dan wanneer er geen fluconazole en/of topische azolen werden gebruikt. Casusverslagen beschrijven een patroon van geboortedefecten bij zuigelingen van wie de moeder gedurende drie maanden of langer een hoge dosis (400 tot 800 mg/dag) fluconazole kreeg tijdens de zwangerschap, ter behandeling van coccidioïdomycose. De geboortedefecten die bij deze zuigelingen werden gezien zijn brachycefalie, oordysplasie, grote fonticulus anterior, gebogen femur en radio�humerale synostose. Het is onzeker of sprake is van een causaliteit tussen het gebruik van fluconazole en deze geboortedefecten. Een korte behandeling met fluconazol in standaard doseringen mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt als het duidelijk nodig is. Fluconazol in hoge dosering en/of gedurende lange tijd mag tijdens de zwangerschap niet worden gebruikt tenzij voor potentieel levensbedreigende infecties. Borstvoeding Fluconazol gaat over in de moedermelk en bereikt er concentraties die vergelijkbaar zijn met die in het plasma (zie rubriek 5.2). Borstvoeding mag worden gehandhaafd na een eenmalige dosis van 150 mg fluconazol. Borstvoeding wordt niet aanbevolen na herhaald gebruik of na een hoge dosis fluconazol.
De voordelen van borstvoeding voor de ontwikkeling en gezondheid dienen in overweging te worden genomen, samen met de klinische noodzaak voor de moeder om Fluconazole Sandoz te gebruiken en de eventuele ongewenste gevolgen van Fluconazole Sandoz of de onderliggende aandoening van de moeder voor het met moedermelk gevoede kind. Vruchtbaarheid Fluconazol had geen effect op de vruchtbaarheid van mannelijke of vrouwelijke ratten (zie rubriek 5.3).
Cryptokokkose
Coccidioïdomycose
Invasieve candidiasis
Slijmvliescandidiasis
Orofaryngeale en oesofageale candidiasis:
Dag 1: 400 mg
Vaginale candidiasis en Candida balanitis
Recidiverende vaginale candidiasis
Dermatomycosen
Profylaxe candidiasis bij langdurige neutropenie
Toedieningswijze
| CNK | 1791128 |
|---|---|
| Organisaties | Sandoz |
| Merken | Sandoz |
| Breedte | 71 mm |
| Lengte | 97 mm |
| Diepte | 22 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 10 |
| Actieve ingrediënten | fluconazol |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |